Gastblog; Sofie v.d Camp en "Haar Jessie"

Een blond vrouwtje en een Labrador.

Jessie is een zwarte Labrador met, als we het asiel van Genk mogen geloven, ook iets van een Duitse Herder mix. Hij was 1,5 jaar oud toen we hem kregen en hij was zo mager als een lat. Toch was hij enorm sterk. Hij kwam echt niet tot zijn recht in dat hok in het asiel. Hij gromde, blafte en sprong agressief tegen de tralies als om te zeggen: ‘Jullie mensen, ik hoef jullie niet meer’. Hij was gevonden in het bos, aan een boom vastgemaakt. Hoe kan je dan van hem verwachten dat hij mensen nog vertrouwt? Toch voelde ik in mijn hart dat ik hem beter wilde leren kennen. We zochten eigenlijk een Duitse Herder, maar er was ‘iets’ in hem dat mij aantrok. We vroegen of de medewerker van het asiel hem eens uit de kooi wilde halen. “Weten jullie dat zeker?” vroeg hij nog. “Ja, dat weten wij zeker”, zeiden wij. Het moment dat we met zijn drietjes in de wei gingen, veranderde zijn hele houding en ging hij als een dolle rondjes door de wei rennen. Zo hard als zijn smalle poten hem konden houden. Hij was helemaal uitgelaten! Hij rende zó hard dat hij niet meer op tijd kon remmen voor de bocht en hij vloog onderuit. Maar hij bedacht zich geen moment, krabbelde op en deed het nog eens dunnetjes over. Hij rende en rende. Zijn oren flapperden alle kanten uit en zijn lippen fladderden op het ritme van zijn overdreven galop-bewegingen op en neer. Uiteindelijk liet hij zich tegen mijn benen naar beneden glijden. Hij lag uitgeteld op mijn voeten en draaide zich onmiddellijk op zijn rug zodat ik heel gemakkelijk zijn buikje kon kroelen. Hij lag plat op zijn rug, met vier poten in de lucht, zijn bek open en een immens grote tong hing tot in het zand. Zijn lippen hingen door de zwaartekracht ook de verkeerde kant op waardoor ik een prachtige rij tanden te zien kreeg. Hij zag er mega-lachwekkend uit. Ik was verliefd…..

Ik was verliefd op dat blonde vrouwtje. Ze was kalm, grappig en net als ik, dun maar sterk. Zij had liefde nodig, en ik ook. En toen ze door mijn assertieve gedrag heen besloot te kijken, en mij uit dat ellendige hok haalde, besloot ik daar en dan, voor altijd van haar te houden. Op mijn geheel eigen manier. Ik móest haar overhalen om mij mee naar huis te nemen. Zucht….ik zou alles voor haar doen. 

Ik ging zitten, liggen, ik gaf een poot én een high-five! Ik ging nog eens liggen en nog eens zitten en nog eens liggen en nog eens zitten. Ik liet haar mijn buik zien en gaf me hélemaal over aan haar. Ik keek haar op mijn schattigst aan en ze moest heel hard lachen. Ik weet dat ik mijn lijf niet helemaal onder controle heb en dat ik haar bijna wegduw als ik gezellig tegen haar aanleun, maar dat kan ze best hebben. Ik rende nog een paar rondjes op mijn hardst om haar te laten zien hoe vlug ik wel niet kon zijn, maar ik had het al gezien in haar ogen. Ze had al besloten. Ze wilde mij…..toch? 
Ik ging, met ingehouden adem, netjes naast haar zitten en keek haar aan met mijn allergrootste verleiding: het scheve koppie. 

“Misschien is het beter om met een Labrador te beginnen”, hoorde ik haar zeggen. 

Wat?! Heeft zij nog nooit een hond gehad? Zo’n lief vrouwtje? Dat snap ik niet. Ik ben een héle goeie keus, ik ben de aller, allerbeste eerste hond voor een blond vrouwtje. 
Ze kroelde zachtjes achter mijn oor terwijl ze met het baasje aan het overleggen was. Please…….please……!

“Vooruit dan maar”, zei het baasje toen.JOEHOE, ik heb een blond vrouwtje! Ik kon mijn geluk niet op!
Ik scheurde weer door de wei, ik viel, stond weer op, rende door en viel weer. Maar ik stond gewoon weer op. Ik wist niet wat ik moest doen van gekkigheid! Ik draaide rondjes tot ik plat op mijn zij viel, zó blij was ik!
Vanaf nu zou mijn leven beter worden, véél beter! Ik weet het zeker, ik voel het!!

Niet heel veel later werd ik in de auto gezet en reden we weg. Ik zag het asiel steeds kleiner en kleiner worden door de achterruit. Ik was gelukkig. Daar zou ik nooit meer naartoe terug hoeven. 

En het leven werd gewéldig. Mijn naam was Bono in het Asiel, maar het vrouwtje besloot nog voordat we thuis waren dat ik een nieuwe naam kreeg. 
Het werd ‘Jessie’. Jessepessie als ik heel lief ben en Jè-sse-pè-ssie als ik heel stout ben. Mijn vrouwtje en baasje gingen met mij wandelen, spelen en zwemmen. Soms deden we het spelletje: “Zoek het vrouwtje”. Dan verstopte zij zich en hield het baasje mij vast. Als hij dan zei: “Zoek het vrouwtje”, dan vertrok ik als een pijl uit een boog om haar te zoeken. Ze dacht dat ze zich goed had verstopt want ik zag haar niet, maar dat is ook niet nodig want ik heb één van de beste neuzen uit het hondenrijk. Ik rook haar geur gewoon. En om haar een plezier te doen ging ik hier en daar eens achter een boom kijken, maar ik wist natuurlijk meteen waar ze zat. Ik zou mijn vrouwtje uit duizenden herkennen!

Mijn blonde vrouwtje kocht het heerlijkste eten! Ik wist niet hoe snel ik het naar binnen moest krijgen, want eten is héérlijk!! Er is niets fijners dan ETEN!! Ik kan de hele dag niets anders doen. Als ik wakker ben denk ik aan eten, en als ik slaap, droom ik van eten. Buiten mijn vrouwtje, hou ik het meest van ETEN!! Brokjes, worstjes, pezen, oren, stokkies en koekjes. Kip, koe, kalf, varken, keuteltjes, poepjes en kakjes. You name it, I like it!

Ik kreeg vrij snel een zusje erbij. Senna, een Duitse Herder, een kei-lieve. Ze was net als ik, anderhalf jaar oud. Wij waren dikke maatjes. We waren inmiddels verhuisd en er kwamen ezeltjes. Daar konden we niet dichtbij komen want ik kreeg een schok als ik de wei in probeerde te glippen om een zálige verse mop te jatten. Ik heb het vaak geprobeerd en vanuit vele hoeken, maar bij werkelijk élk draadje kreeg ik een schok. Jammer…… 
Mijn vrouwtje zei dan, terwijl ze lief over mijn bolletje aaide: “Je bent niet de aller snuggerste hè, Jessepessie?” Maar ik liet dat niet aan mijn hart komen. Daar was ik te trots voor. 

Ik kreeg later nog een broertje, Falco, ook een Duitse Herder, maar dat was een puppy. Vréselijk, zo’n puppy. Gék wordt je daarvan. Dat was niets voor mij. IK was de man in huis. Aan mij zou ze genoeg moeten hebben. 

Maar ik ben niet zo dom als ik eruit zie. Ik had Falco namelijk opgejut om op de kippen te jagen. Regelmatig hoorde ik mijn blond vrouwtje gillen vanuit de keuken en naar buiten spurten om Koos Beenloos (het haantje, die geen benen heeft, alleen een lijf en voeten) uit Falco zijn bek te plukken. Dan was ze bóós op hem! Gniffel, gniffel…… 
Daarna werden de kippen in een ren gedaan en was het afgelopen met de pret. Ik liep met mijn blonde vrouwtje door het bos en tussen de weiden. Ze gooide met balletjes en stokken en ik danste om ze voor haar terug te halen, keer op keer. We zwommen ook, nou ja, ik zwom en mijn blonde vrouwtje liep mee door het water. Ik was heel goed in zwemmen en vond het heerlijk hoe ik daarna lekker drooggewreven werd met een handdoek. Ik kon niet stilstaan en liet mezelf uitgelaten op de grond vallen, waar ik lag te kronkelen van plezier! Maar ik kon ook uren doodstil naast haar liggen met bijna ingehouden adem, terwijl ze lekker achter mijn oren kriebelde. Ja, mijn blonde vrouwtje was de beste! Zij was gemaakt om een hond te hebben en vooral om mij te hebben. Het waren de beste jaren van mijn leven! En dat kwam door haar. 

En ik weet niet of je dat gevoel kent, maar hoe ouder je wordt hoe groter ook je honger wordt. Ik weet niet hoe dat werkt. Ik bewoog niet veel meer. Mijn botten en gewrichten deden heel zeer. Mijn vrouwtje was met mij naar de dokter geweest en toen we terug reden was ze aan het huilen. Het zal wel geen goed nieuws geweest zijn wat ze had gekregen. Maar zolang ik gewoon mijn eigen charmante zelf was, en haar niet liet zien dat ik pijn had, voelde zij zich ook beter. Ik wil gewoon dat mijn vrouwtje elke dag van elke week van elk jaar, lacht. Dan ben ik blij! 

Senna en Falco waren soms nogal wild, maar ik werd langzaam aan rustiger. Dat verklaarde waarschijnlijk waarom ik steeds meer honger had. Ik hóefde niet meer te jagen, ik hóefde niet meer zot te doen, ik hóefde niet meer rondjes te draaien en balletjes te halen. Ik had gewoon meer tijd om aan lekkere dingen te denken. 
Elke keer als mijn vrouwtje de keuken binnenkomt, of de woonkamer, of waar dan ook, kom ik altijd even checken of ze niet iets lekkers voor me heeft meegenomen. Die konijnenkeuteltjes in de tuin vullen ook niet. Ik kijk haar niet aan, maar ik check gewoon meteen haar handen. Ik snuffel en ik snif. Ik zie het ook allemaal niet meer zo goed, dus gebruik ik veel mijn neus en mijn tong. 

Want als ze in de garage is geweest, daar liggen onze varkensoren en runderpezen. Misschien heeft ze die toevallig bij…… 
Komt ze uit de keuken, dan kan er een stokkie, een kaasje of een stukje kip in haar handen zitten, misschien heeft ze die toevallig bij…..
Komt ze uit het washok, dan kan er een zwamworstje of hondenkoekje in haar handen zitten. Misschien heeft ze die toevallig bij…..
Komt ze uit de woonkamer, daar liggen de stokkies voor bij de TV en daar liggen zandkoekjes. Misschien heeft ze die toevallig bij…..
Dus ik vul mijn dag met haar op-de-voet te volgen. Misschien heeft ze wel iets bij……

Ze moppert soms wel eens. “Je kijkt me nooit meer aan Jessepessie, je kijkt alleen nog maar naar mijn handen, gulzigaard”. 
Ja, precies! Misschien heb je toevallig iets bij!

Mijn Labrador is mijn grootste fan geweest (en ik de zijne), dat heb ik altijd gemerkt. 
Jessie bleek een fantastische eerste hond. Hij is uiteindelijk 14 jaar geworden en ik heb ontzettend veel van hem geleerd. En hij was precies het beeld dat ik als kind had, van het hebben van een hond. Een maatje dat altijd vrolijk was en me liet lachen. Maar ook die de tranen van mijn wangen likte en zijn kop op mijn knie legde en me zorgelijk kon aankijken. Hij voelde me feilloos aan. Hij heeft me een keer of drie fantastisch beschermd tegen nare mensen. Er mocht niémand aan zijn vrouwtje komen die niet de allerbeste bedoelingen had. Het was een dankbare hond, ietwat klungelig, heel grappig en bijzonder lief en trouw. 

Ik mis je, lieve, lieve Jessepessie……

copyright Lief voor honden 2019